10-09-10Harry Kok - Gustav Mahler
Mahler is de 3e beroemde componist die in 2010 een geboortedag viert: hij wordt in 1860 geboren in Kalischt in Bohemen en groeit op in de garnizoensstad Iglau waar de trompetsignalen en militaire kapel een onuitwisbare indruk op hem maken. Die militaire signalen en indrukken keren in zijn latere symfonieën steeds terug.
Hij is erg begaafd, vooral muzikaal, zodanig dat hij naar het Weense conservatorium mag (Bohemen viel onder Oostenrijk). Het eindexamen van conservatorium en gymnasium weet hij met goed gevolg te combineren (!). De componist Bruckner geeft hem losse lessen en hun omgang is vriendschappelijk. Wanneer Mahler na veel banen als dirigent her en der de droombaan van dirigent in Wenen krijgt bij de Wiener Philharmoniker (als Jood waren er ook nog allerlei hinderpalen extra, die deels weer zijn opgeheven door katholiek te worden) voert hij ondanks tegenstand Bruckners 5e en 6e symfonieën op. Al vroeg componeert Mahler ook en dat blijft zijn passie, ook als dirigent beschouwt hij zich in de 1e plaats als componist.
Zijn hele leven wordt mede bepaald door de dood: een geliefd broertje sterft al jong en dat maakt een onuitwisbare indruk op hem. Later als hij als 40 jarige met een bloedmooi 20-jarig meisje (Alma Schindler) trouwt en ze 2 dochtertjes krijgen sterft een van de dochtertjes en dat verscheurt Gustav helemaal. Gek genoeg heeft hij zijn Kindertotenlieder op gedichten van Rückert (die hier letterlijk op van toepassing lijken) dan al geschreven, zozeer blijft hij bezig met de dood. Het huwelijk loopt op de klippen (er groeit afstand, zij krijgt relaties), zij is een begaafd componiste maar hij heeft haar het componeren verboden: ik ben de componist, jij de huisvrouw… later krijgt hij hiervan enorme spijt als hij de fraaie liederen die ze toch schrijft, heeft ontdekt (maar dan is het te laat). In 1911 sterft Mahler aan een hartkwaal (toch een letterlijk gebroken hart?).
Mahler was een zeer intelligente, zeer gevoelige en neurotische man, een geweldig componist en orkestrator en een formidabel dirigent die het orkest zo goed aanvoelt, dat wát hij voelt, hij ook helemaal kan verklanken. Met Mengelberg (dirigent van het Concertgebouworkest gedurende tientallen jaren) was hij bevriend. Hij kwam regelmatig in Amsterdam en zijn werken werden vaak daar ten doop gehouden. Nog steeds is het Koninklijk Concertgebouworkest een van de beste Mahlerorkesten in de wereld omdat de traditie steeds wordt vastgehouden (nu ook weer door Mariss Jansons de huidige dirigent).
Mahler schreef 9, soms reusachtige symfonieën waarin zijn Wunderhornliederen steeds terugkeren (met sprookjesachtige motieven of met een militair en macaber tintje b.v. een slagveld waar de vele doden opstaan en weer gaan marcheren). Een 10e symfonie maakt hij niet af. Zijn orkestliederen als de Wunderhornlieder, Das Lied von der Erde (eigenlijk een symfonie met alt en tenorstem op vertaalde Chinese teksten), de Kindertotenlieder, Lieder eines fahrenden Gesellen, etc.) waren erg belangrijk voor hem, hij legde er zijn ziel en zaligheid in met soms een naïef, kinderlijk geloof (b.v. in de hemel, zie dl. 4 met sopraansolo van zijn 4e symfonie!). Soms gebruikte hij ook eigen teksten. Mahlers late werk legt al een brug naar de 20e eeuwse muziek m.n. de nieuwe Weense school van Schönberg, Berg en Webern.