10-05-10Harry Kok - Lente
In deze column staat de lente centraal, waar je zo naar snakt na een lange winter, zeker zo een als we er nog maar kort geleden op hebben zitten! Ik kan dan genieten van al die zangvogels die terugkeren en ook van de “blijvertjes”die volop kwinkeleren.
De dichteres Héléne Swarth (1859-1941) schreef een romantisch gedicht over een kleine vogel in de lente, dat ook openbaart dat haar hart stil en ziek is en ze het graag uit zou willen schreeuwen ( of zingen).
Kleine Vogel
Kleine Vogel, lentezieltje aan 't zingen,
Kweelekeeltje zwellend van muziek!
Geef me een zang vol adem van seringen,
Kleine Vogel, zie mijn hart is ziek.
Grootsche Wind, o zomerziel der boomen,
Ruischend droef uw droom van melodie!
Geef me een zang vol koele boome-aromen.
Grootsche Wind, zoo gij niet wilt, dan wie?
Eeuw’ge Zee, o ziel van elk getijde,
Bruischend brekend elken golvenwil!
Geef me een zang, die me uit mijzelv’bevrijdde,
Eeuw’ge Zee! Mijn hart is krank en stil.
Misschien wat erg romantisch maar zo waren ze in die 19e eeuw. Nog zo’n romantisch gedicht komt van Frederik van Eeden die ook boeken schreef als De kleine Johannes en van de koele meren des doods (ook verfilmd!). Hij leefde van 1860 tot 1932. Ook hij snakte naar de lente met zon, groen, geuren. Tot het einde komt.
DE LENTE
Reeds is het statig eiber-paar(ooievaars) gekomen,‘t geduldig rijs(tak) wringt stil de knoppen los,De zoele lente luwt door ‘t zonnig bosch En wiegt mijn geest in weemoeds-zoete droomen.
Violengeur stijgt op uit vochtig mos,
Een bronzen gloed verjongt de dorre boomen,
En primula’s en dotterbloemen zoomen
De groene wei met gouden voorjaarsdos.
Wat heb ik, milde! Naar uw komst gesmacht
Wat scheen uw toeven lang! – is’t niet mijn leven
Dat door uw donzen adem wordt gewekt?
Eens zult ge niet meer keeren, als ge trekt,
Des weerziens zaligheid mij niet meer geven
En grimmig grijnst dan d’eindelooze nacht.