30-04-10Harry Kok - Schumann
In deze column nog een componist die in 2010 200 jaar geleden is geboren. Het gaat om Robert Schumann die op 8 juni 1810 werd geboren als zoon van een uitgever.
Een heel liberaal denkend man die vader van hem (een bijzonderheid in die tijd.) Hij was een belangrijk uitgever en een man van grote ontwikkeling. Dat Robert al vroeg literair geïnteresserd was (nog voor hij zich met muziek bezig hield) is dus niet vreemd. Later op het gymnasium kwam die literaire kant nog sterker naar voren. Zelfs toen hij van de muziek zijn beroep had gemaakt schreef hij nog literaire stukken en later muziekrecensies. Een echte dubbel-begaafde, zoals dat toen werd genoemd. Hij kreeg muziek les van ee n bekende organist maar voor muziektheorie was hij niet te porren.
Toen vader overleed ging Robert rechten studeren (daar was beter van te leven). Zij n eerste pianowerken verschijnen. Een fascinerend optreden van Paganini de vioolvirtu-oos (een ware duivelskunstenaar-vrouwen vielen flauw als ze hem zagen en hoorden) doet hem definitief voor de muziek kiezen.
Hij studeert fanatiek piano en ontwikkelt een methode om de vingers nóg soepeler en elastisch te krijgen. Een apparaatje drukt de vingers uit elkaar. Het levert hem een verlamde rechterhand op! Ook al trok het later bij, een carriére als pianosolist zat er niet meer in. In 1831-32 verschijnt werk van hem in druk en hij ontwikkelt steeds meer een eigen stijl die zowel virtuoos als dichterlijk is. Zijn bekendste werken ontstaan: de Kinderszenen, Kreisleriana een sonate, etc.. In 1834 richt hij het Neue Zeitschrift für Musik op waarin hijzelf ook veel schrijft. Hij breekt een lans voor jonge kunstenaars. Hij strijdt tegen Meyerbeer en Wagner, een strijd van de “Davidsbündler”tegen de “Filistijnen”. Carnaval ontstaat nu en de Davidsbündlertänze.
De eerste symptomen van zijn geestesziekte doen zich ook al voor. Hij verwerft steeds meer aanzien, niet als componist maar als criticus! In 1840 geeft de Universiteit van Jena hem een eredoctoraat. Hij gaat eindelijk trouwen met zijn geliefde Clara, dochter van zijn vroegere pianoleraar Wieck, die hiertegen is en alles doet om dit huwelijk te voorko-men. Clara is een beroemd pianiste en begaafd componiste. Ze krijgen 8 kinderen.
In 1840 ontstaan de belangrijkste liederencyclussen en zijn eerste symfonisch werk. Na banen in Leipzig en Dresden (die tot teleurstellingen leiden omdat hij Mendelssohn in Leipzig niet mag opvolgen als dirigent van het Gewandhausorchester en in Dresden mislukt weer een aanstelling als dirigent. Hij komt uiteindelijk in Düsseldorf terecht als dirigent. Hier schrijft hij zijn celloconcert en de belangrijke derde (“Rheinische”) symfonie (het bekende pianoconcert en de overige symfonieën zijn dan al geschreven). Hij blijft artikelen en recensies schrijven en neemt het op voor een jong talent: Johannes Brahms die bij hen thuis ook gastvrij ontvangen wordt.
Bij een gastoptreden in Nederland vindt hij een warm onthaal dat hem goed doet. Toch slaat de geestesziekte toe en eenmaal terug stort hij zich in de Rijn in een vlaag van verstandsverbijstering. Vissers redden hem en hij komt in een inrichting terecht waar hij 2 jaar later sterft. Hij wordt als de grootste romantische componist beschouwd met harmonisch rijke en melodisch gevoelvolle muziek.