09-02-10Harry Kok - Kamper en andere stukjes
Kamper stukjes dat zijn dwaze handelingen die in de stad Kampen gebeurd zouden moeten zijn.
Zo het verhaal van de Kamper Steur: een steur is een behoorlijk grote vis (de vissoort die de kaviaar levert, dat is de kuit met eitjes van de steur) en het verhaal van de Kamper Steur is dat de stadsbestuurders eeuwen geleden een groot feest wilden geven met een groots diner en daarvoor was die vis gekocht. Nog levend want dan bleef-ie het langste vers! Het hoog bezoek kwam echter niet en dus bleef de vis over. Ze lieten het beest zolang in de IJssel zwemmen en om te weten waar de vis uithing kreeg deze een bel om de nek. De vis verdween natuurlijk spoorloos. Nog steeds, dat is dan de nekslag voor de Kampenaren, zouden er Kamper burgers over de reling van de IJsselbrug hangen om te luisteren of ze de steur konden horen….. Kampenaren zijn goedgelovig en naiëf, is de boodschap van dit verhaal. Het zou goed kunnen zijn verzonnen door de Zwollenaren met wie de Kamper burgers eeuwen geleden voortdurend in rivaliteit waren. Welke stad was belangrijker, of rijker wie had de hoogste toren? De Kampers noemden de Zwollenaren ook “blauwvingers”, vanwege het altijd geld tellen.
De heer J.H. Kok uit Kampen (geen familie van mij, mogelijk wel van de bekende uitgeversfamilie) schreef een boekje over deze en andere “ Kamper uien”. Hij schrijft dat die verhalen in Kampen zijn ingevoerd maar daar nooit zijn gebeurd. Hij wijst naar Jan Jacob Fels een Kamper burger, schilder, dichter en boekhandelaar die in 1844 en 1846 boekjes uitgaf met Kamper Stukjes die hij zelf had voorgedragen. Die stukjes kwamen uit een oud Duits boek het Lalebuch uit 1597 en sloegen dus op de wederwaardigheden van Duitse burgers en op Duitse steden. Fels droeg die verhalen in het Nederlands voor en vond zoveel bijval dat hij ze in boekvorm uitgaf.
Abracadabra Als we zeggen: “dat is abacadabra voor mij,”, bedoelen we dat is onverstaanbare taal. Het abracadabra was een toverspreuk die op perkament geschreven was en aan een draad om de hals was gehangen en geschreven met steeds een letter minder (abracadabra, dan abracadabr, dan abracadab, etc. tot het eindigde met de letter a onder in een punt, het geheel met de vorm van een omgekeerde driehoek). Het was een spreuk voor een zieke die koorts had, met het korter worden van de spreuk moest ook de koorts afnemen.
Het zou een verbastering uit het Arabisch zijn “abrakha dabir” dat verdwijn betekent (net als dit woord langzaam verdwijnt op het perkament).De driehoekige vorm wordt nog steeds gebruikt in de Arabische wereld voor zegels waarmee men zieken tracht te genezen maar ook sloten probeert open te krijgen. Het zegel wordt op de pijnlijke plek gebonden en de verdwijnende letters moeten ook hier de ziekte of de pijn laten verdwijnen. Mij viel op dat J.K. Rowling in haar Harry Potter boeken onder andere de toverspreuk Avara Kedavra gebruikt die volgens mij ook terug is te voeren op het abracadabra, al weet ik dat niet zeker.