27-01-10Harry Kok - Reistijd
Wie binnen Nederland met de auto reist kan terecht op comfortabele wegen, overal ligt asfalt waarop het comfortabel zoemen is. Wel kom je in de spitsuren steeds meer files tegen die een snelle reistijd van A naar B frustreren, al helemaal als je het reizen binnen de randstad doet maar ook in het Oosten en Noorden zijn files geen vreemde verschijnselen meer. Toch lukt het ondanks de files nog wel in 2 uren van Oost naar West te reizen met de auto. Met de trein is het reizen weliswaar filevrij maar zeker niet zonder oponthoud en inclusief files zijn de reistijden vergelijkbaar.
Als je zo’n twee eeuwen teruggaat kom je in een tijd die reizen ronduit een hachelijke onderneming liet zijn. Het was erg duur, er waren weinig wegen, zeker niet dwars door Nederland en die werden ook nog eens onveilig gemaakt, niet door ongelukken maar door rovers. Een reis per koets was een onzekere onderneming. Een reis per trekschuit wel veel zekerder maar die duurde ook veel langer. Van Amsterdam naar Groningen reizen betekende toen: 2 dagen reistijd op zijn snelst.
Herman van Hall te Amsterdam werd in november 1825 benoemd tot professor in Groningen en hij vertrok meteen. In Amsterdam nam hij de boot naar Lemmer in Friesland, over de Zuiderzee. Het was maar een klein bootje dat de altijd wilde Zuiderzee dwars over moest, heen en weer gesmeten door de golven. Van Hall zat beneden in de roef en zal, als hij tenminste niet zeeziek werd, verhalen met de andere passagiers hebben uitgewisseld.
In de haven van Lemmer stapte hij over op een vrachtschuit die hem via de Friese meren en vaarten verder bracht richting Groningen. Deze schuiten zeilden, maar als er geen of weinig wind was werden trekpaarden ingezet langs de kanalen en vaarten. Dat ging erg langzaam! Helemaal naar Groningen varen lukte niet, dus moest de aankomende professor enkele malen overstappen op een postkoets. Dat was een vreselijk gehobbel op de slechte wegen uit die tijd, vaak zandwegen want verharde wegen waren er erg weinig. Als je dan onderweg niet ook nog door struikrovers werd overvallen viel het nog wel mee. Die rovers overvielen de koetsen omdat reizen een dure zaak was in die tijd, de reizigers hadden dus geld en andere bezittingen!
Toen hij eindelijk na twee volle dagen (en dat was nog snel voor die tijd!) in Groningen aankwam was de splinternieuwe prof nogal verfomfaaid. Twee dagen lang je niet kunnen wassen, de kleding was vies geworden en beschadigd door het tegen scheeps- of koetswanden aanslingeren. Behoorlijk gegeten had hij onderweg ook al niet.
Op reis gaan in die tijd deed je alleen als het echt niet anders kon, zelfs als je geld genoeg had. Door de komst van de stoomtrein veranderde het reizen in de loop van de 19e eeuw echter aanzienlijk, al duurde het in Nederland tot het laatste kwart van die eeuw alvorens er voldoende goed spoorverbindingen waren. Toen was het reizen echter snel en comfortabel geworden voor hen die het geld ervoor hadden! In 1875 zou de professor nog maar 5 uren hebben gedaan over de reis van Amsterdam naar Groningen en hij zou een heel stuk frisser zijn overgekomen.