24-07-09Harry Kok - Rotzooi in de grond
“Rotzooi in de grond” gaat over vergiftigde grond door alle rommel die erin is gestopt.
Zo bleek in 1980 in het Zuid Hollandse Lekkerkerk dat er in een nieuwbouwwijk sloten gedempt waren met oude koelkasten, verfresten, stinkende stoffen. Die maakten dat de waterleidingsbuizen in enkele jaren geheel verteerden, zodat hele fonteinen opspoten en de kruipruimten van de huizen stonken zo verschrikkelijk dat men om te luchten de brievenbussen maar openhield met stokjes.
Al die huizen zijn toen afgebroken, de grond is afgegraven en wij Nederlanders waren wakker geschud. Naderhand kwam dat moeten afgraven van grond vaker voor, als ergens chemische industrie had gestaan of in de bodem had gelekt, op plekken van voormalige tankstations, etc.
Er is ook rotzooi van langer geleden: waar werkplaatsen van leerlooiers, schoenmakers, pottenbakkers zijn geweest wordt geregeld verontreiniging gevonden. Op de plaats van een vijftiende-eeuws gasthuis (een toenmalig ziekenhuis) werd kwik gevonden. Hier werden syfilispatienten behandeld met in kwik gedrenkte verbanden. De verbanden werden na gebruik in de buurt van het ziekenhuis weggegooid, waarna eeuwen later archeologen op de giftige resten stuitten. Voor hun ziekte hen kon vellen stierven de syfilislijders doorgaans aan een overdosis kwik! In Delft b.v. komt dit soort vervuiling geregeld voor. Daarom moet er eerst een bodemonderzoek plaatsvinden alvorens de archeologen hun werk mogen beginnen.
Overal is bodemverontreiniging en dat zijn soms heel oude stoffen. Sinds er mensen bij elkaar wonen laten ze vervuiling achter. In West-Nederland werd de grond altijd eerst opgehoogd met afval en vuilinis voor er werd gebouwd. Vanaf de 12e eeuw zijn er in en rondom steden zware metalen in de grond gekomen. De werklieden waren via de gilden in ambachten verdeeld die allemaal een eigen soort afval Delfts aardewerk werd bijvoorbeeld geglazuurd met loodhoudend materiaal. Niet goed geglazuurde misbaksels werden bij de werkplaats begraven. Daarom wordt in grond bij oude werkplaatsen vaak lood gevonden. Ook buitenaf werd lood gevonden, in voormalige akkergrond.
Hoe kon dat nu? Hier hadden lang geleden loodwitmolens gestaan. Lood voor het aardewerk-glazuur (en voor verf)werd hier gemaakt. Om de loden strips te verwarmen werd paardenmest gebruikt. Die mest met loodresten werd door boeren uit de omgeving gebruikt om de grond te bemesten. Op die manier werd de halve polder vervuild met zware metalen. In de loop der tijd is alle grond in West-Nederland zo meer of minder vervuild geraakt. Daar woont men dus op een eeuwenoude vuilnisbelt.
In oude steden stonk het altijd wel: als het niet van allerlei werkplaatsen kwam was het wel door de rotzooi in de grachten: poep, pies, afval. De fabrieken in de 19e eeuw zorgden voor nog veel meer stank. In Delft met name was de stinkende Gist- en Spiritusfabriek een grote werkgever. Ze protesteerden er pas toen in 1885 een lijmfabriek kwam: die verwerkte nl. dierlijke kadavers. Al die rotzooi erbij in de waterwegen waaruit ook het vee moest drinken? Alle protesten haalden niets uit. De fabriek kwam er en Delft werd steeds viezer. Pas na lange tijd zag men in dat het zo niet meer ging en werd het water gezuiverd. Men kon eindelijk weer opgelucht ademhalen.
Nu zijn we een stuk milieubewuster.